Op deze pagina vindt u herinneringen aan overleden medewerkers en kunstenaars die we graag in onze gedachten houden.
Onlangs bereikte ons het droevige bericht, dat Manuel Kurpershoek al op 6 januari vorig jaar aan zijn slopende ziekte overleden was. Als trouwe en enthousiaste deelnemer aan Huntenkunst willen wij zijn belang voor ons evenement niet onbesproken laten. Vanaf het begin nam hij deel aan Huntenkunst. Voor hem was dit evenement een zeer gewaardeerde kunsthappening. Hij was er zeer bij betrokken. Met leed moest hij afhaken. Zijn gezondheid liet deelname jammer genoeg niet langer toe.
Hij was een aimabel en daarnaast een opgewekt persoon. Er ging van zijn aanwezigheid een stimulerende werking uit. Zijn positieve collegiale houding viel op. Manuel droeg zonder meer bij tot een prettige atmosfeer. Hij genoot van zijn werk en bracht die beleving met enthousiasme over. Manuel was een op de mens gericht persoon, hetgeen hij ook in zijn werk, bij voorkeur tekeningen, tot uitdrukking bracht.
Tijdens zijn ziekte maakte hij karakteristieke portretten van zijn lotgenoten. Mensen, die letterlijk getekend door de chemiekuur waren. Er verschenen boeken met die tekeningen van hem. Daarnaast was hij een geëngageerd kunstenaar. Zo sprong hij in de bres, toen in 2007 Huntenkunst hun onderkomen dreigde te verliezen. In een brief bracht hij de waarde van onze activiteit onder de aandacht. Hij noemde: ”Huntenkunst de meest vriendelijke kunstbeurs van Nederland en omstreken”.
In dankbaarheid denken wij aan Manuel terug. Naast zijn inbreng laat hij een schat aan werken als een dankbare herinnering achter.
Op 17 augustus 2024 overleed op 74-jarige leeftijd Egbert Hermsen.
Hij was van grote betekenis voor Huntenkunst. Lange tijd zette hij zich volledig in als vrijwilliger van onze organisatie. Zelf maakte hij beelden en dus voelde hij zich bij ons als kunstorganisatie op zijn plaats. Er was sprake van een natuurlijke interesse. Hij was een liefhebber van de beeldende kunst. Hij had waardering voor schoonheid. Zijn werk verraadt zijn fijnzinnigheid en het plezier, dat hij had in het maken van beelden. Bij Egbert viel op hoe gemakkelijk, hoe tactvol en beminnelijk hij met mensen omging. Dat maakte hem uiterst geschikt om onze vrijwilligers onder zijn hoede te nemen.
Voor ons als vrijwilligersorganisatie een onmisbare groep en daarom deed hij belangrijk werk. De vrijwilligers waren bij hem in goede handen en hij onderhield met hen een goede band. Zijn gezegde was “Vrijwilligers moet je koesteren”. Hun maaltijden werden perfect en stijlvol onder zijn leiding verzorgd. Daarvoor kon hij een beroep doen op zijn zus Mient. Voor Egbert was gezelligheid belangrijk en dat stimuleerde hij ook onder zijn mensen. Hij was mensgericht. Een goede teamgeest was alles voor hem. Daarnaast was hij een bekwaam bestuurder. Veel organisaties zouden hem graag als bestuurslid hebben. Wij waren blij, dat hij bestuurslid van onze stichting werd. Het was prettig met hem vergaderen en zijn inbreng werd zeer gewaardeerd. Als deskundige voelde hij met zijn ervaring automatisch aan wat haalbaar en niet haalbaar was.
Plichtsgetrouw en vol verantwoordelijkheid nam hij zijn taak op zich. Het was een tegenslag, dat hij lichamelijk niet verder kon en noodgedwongen af moest haken. Ziekte maakte een abrupt einde aan zijn functie binnen onze stichting. Er moest zelfs voor zijn leven gevreesd worden. Ook moet dat voor Egbert een grote tegenvaller geweest zijn. Hij was juist geheel gericht op zich dienstbaar maken voor de gemeenschap. Ook al vroeg dat veel van zijn gezondheid. Hij had al een ingrijpende medische voorgeschiedenis. In 2002 kreeg hij een donorlong en 2007 werd zijn overige long wegens kanker verwijderd, zodat zijn leven verder ging met alleen één donorlong. Hij ging zich intensief inzetten voor de donororganisatie. Aan de hand van lezingen deed hij zijn verhaal en onderstreepte hij het belang van doneren. Daarbij stelde hij zichzelf ten voorbeeld, waardoor hij de betekenis aanschouwelijk maakte. Van hem is het beeld ‘De Klim’. Dit Nationale Donormonument vraagt speciale aandacht voor het doneren.
Zijn inzet voor vele maatschappelijke activiteiten bleef niet onopgemerkt. Hij werd in dat kader benoemd tot lid in de Orde van Oranje-Nassau. Daarnaast werd hij verrast met het Gouden Klim-reversspeld. De speld werd hem toegekend voor zijn inzet om belangstelling te wekken voor het doneren. Ook wij zijn Egbert veel dank verschuldigd voor wat hij voor ons gedaan heeft. Wij wensen zijn vrouw Anne en zijn kinderen heel veel steun in het verband met het grote verlies.
Harrie Schenning
Voorzitter Stichting Huntenkunst