Openingsredes Huntenkunst 2012

Ambassadeur van Noorwegen || Wethouder van Oude IJsselstreek

Huntenkunst 2012
Red uitgesproken door de de Ambassadeur van Noorwegen

Dit jaar staat het Huntenkunst-festival in het teken van Noorse hedendaagse kunst. We hopen dat het een mooie ervaring wordt voor alle bezoekers van het festival en dat zij waardering hebben voor het werk dat diverse hedendaagse kunstenaars exposeren – niet alleen uit Noorwegen, maar uit allerlei landen en in verschillende kunstvormen.

In de kunstwereld is de afgelopen jaren sprake van toenemende globalisering. Dat merken we ook in Noorwegen, doordat steeds meer Noorse kunstenaars zich op het internationale kunstpodium bevinden, waar ze dezelfde vormtaal gebruiken en dezelfde vraagstukken aan de orde stellen als hun collega’s overal elders in de wereld. We krijgen voortdurend nieuwe impulsen van buitenlandse studenten die een kunstopleiding volgen aan onze academies en hogescholen en van kunstenaars die gebruikmaken van gastfaciliteiten bij de kunstinstellingen en gezamenlijke ateliers in het hele land. Daarnaast doet een groot aantal Noorse kunstenaars inspiratie op buiten de landsgrenzen.

Met behulp van staatsbeurzen en -ondersteuningsregelingen kunnen de kunstenaars in het buitenland expositieprojecten uitvoeren en langdurig in een creatieve omgeving verblijven, waar ze de aandacht ook op zich weten te vestigen.

Huntenkunst organiseert ontmoetingen tussen kunstenaars uit vrijwel geheel Europa, levert zo een bijdrage aan deze waardevolle uitwisseling van creativiteit en biedt ruimte voor nieuwe ideeën, over nationale grenzen heen.

De toenemende ideeënuitwisseling maakt het lastig een specifieke beschrijving te geven van Noorse hedendaagse kunst. Wanneer we echter naar de Noorse kunstgeschiedenis kijken, kunnen we vaststellen dat de schilderkunst altijd voorop stond. J.C. Dahl, de Bergenaar die wel ‘de eerste beeldend kunstenaar van Noorwegen’ wordt genoemd, schilderde in de eerste helft van de 19e eeuw het typisch Noorse landschap. Tegen het eind van dezelfde eeuw werd Edvard Munch beroemd om zijn expressieve penseelstreek en zijn symbolische motieven, die nog altijd actueel zijn. Tegen het midden van de 20e eeuw was de figuratieve schilderkunst in zwang in Noorwegen, onder meer doordat een groep Scandinavische kunstenaars die bij Matisse in de leer was geweest, de kunst in eigen land sterk beïnvloedde. Vanaf de jaren 1950 was de Noorse schilderkunst juist eerder abstract, en tegenwoordig zien we dat zich in beide schildertalen kunstenaars onderscheiden. Verscheidene Noorse deelnemers aan Huntenkunst van dit jaar hebben de schilderkunst gekozen als hun primaire uitdrukkingsvorm en illustreren daarmee dat de traditie om de mogelijkheden van de schilderkunst te exploreren nog altijd sterk leeft in de hedendaagse Noorse kunst.

Verschillende kunstenaars die deelnemen aan het festival van dit jaar schilderen echter niet alleen, maar maken ook gebruik van allerlei andere technieken en werken over de grenzen van de kunstvormen heen. Dat is ook kenmerkend voor het hedendaagse kunstpodium, waarop sinds de jaren 1990 nieuwe kunstvormen zijn opgekomen, zoals fotografie, installaties, video, geluid en performance. Deze vaak vluchtige en procesmatige expressievormen zijn een grote uitdaging voor wat betreft documentatie en conservatie, en daarom is de ontwikkeling van archieven om dit soort werken te bewaren nu een van de gebieden waar het Noorse cultuurbehoud zich voor inzet. In verschillende nieuwe kunstvormen is ook het samenspel tussen de kunstenaars en hun fysieke omgeving een centraal thema, en dat heeft ertoe geleid dat sommige hedendaagse kunstenaars werken met ruimtelijke installaties en plaatsgebonden werken, zowel binnen als buiten de galerie. In Noorwegen is het staatsorgaan Kunst i offentlig rom (‘kunst in de openbare ruimte’; KORO) een belangrijke opdrachtgever voor kunstprojecten in openbare gebouwen en de buitenruimte. De kunstwerken die door KORO zijn geïnitieerd, vormen tezamen te grootste kunstverzameling van Noorwegen, maar deze is opgebouwd volgens het principe dat iedereen de kans moet hebben in aanraking te komen met hedendaagse kunst, dus de werken zijn verspreid over het land te vinden in openbare gebouwen als ziekenhuizen, scholen, kantoorgebouwen e.d., die open en gemakkelijk toegankelijk zijn.

Er wordt vaak gezegd dat er de afgelopen decennia een institutionalisering en professionalisering van de Noorse hedendaagse kunst heeft plaatsgehad. In 1990 is het Museum for samtidskunst (het Museum voor Hedendaagse Kunst, in Oslo) geopend en de rol van curatoren en producenten in de kunst is steeds groter geworden. Tevens zijn veel kunstenaars zich sterk bewust geworden van de structuren rondom de kunst, en discussiëren zij nu zelf mee in dit kader. De Noorse kunstopleidingen hebben theorie ingevoerd als belangrijk onderdeel van de studie, veel kunstenaars werken conceptueel en instellingskritisch, en we zien een toenemende neiging van kunstenaars om in welke vorm dan ook kunstinhoudelijk onderzoek te doen, door middel van hun artistieke praktijk, tekstproductie, seminars en lezingen. Verschillende Noorse kunstenaars hebben ook zelf de touwtjes in handen genomen ten aanzien van de presentatie van hun eigen werk. Dat komt onder meer tot uiting in de bloei van door kunstenaars zelf geleide galerieën in de grote steden. Dat de kunstenaars die deelnemen aan Huntenkunst een leidende rol krijgen bij de opstelling en presentatie van hun eigen werk tijdens het festival ligt in de lijn van de wens van veel hedendaagse Noorse kunstenaars om zelf de voorwaarden te bepalen voor de manier waarop hun kunst moet worden gecommuniceerd.

Ik hoop dat het festival een goede indruk van de hedendaagse Noorse kunst en kunstenaars zal geven en dat de Noorse kunstwerken een bijdrage zullen leveren aan de bevordering van de belangstelling voor Noorwegen en de Noorse cultuur.

Anniken Ramberg Krutnes
Ambassadeur van Noorwegen, Den Haag